Browsing Tag

woonboot

Columns, Life

Column – De laatste loodjes

Als Niels de laatste gipsplaat tegen de muur geschroefd heeft, weet ik niet wat ik zeggen moet. Opeens is onze verbouwing (lees: gat in de woonboot) getransformeerd in een echt stuk huis. Eindelijk kan ik mij goed inbeelden hoe de kamers eruit zien. Ik kan er nu gewoon een rondje door lopen en bedenken waar het logeerbed en het bureau komen te staan. Hoewel nog steenkoud en niet gestuukt, heeft het geheel vorm gekregen en weten wij allebei; het einde is in zicht. Dat maakt deze vermoeiende reis een stuk dragelijker en ik hang die dag zelfs fluitend de was op voor het televisie scherm. We kunnen toch weer bijna ‘normaal’ tv kijken met deze voortgang. Echter wordt er niet voor niets geïnsinueerd dat de laatste loodjes het zwaarst wegen. De cv moet nog worden aangesloten, de airco’s moeten worden geïnstalleerd, alles moet gestuukt en ook nog een week lang drogen, de ondervloer moet nog worden gelegd en de kozijnen geschilderd. Mijn handen jeuken om met de gordijnen, kleedjes en meubels aan de slag te gaan, maar ik moet dus nog even geduld hebben.

Dan breekt eindelijk het moment aan dat de stuuk op de muren zit en alles gewit kan worden. Samen met mijn zus ga ik het trapgat te lijf. Ja, we hebben nu gewoon een heuse trap en bovenverdieping, zo gek! We wurmen ons naar boven met een emmer verf. Het trapgat is qua grootte aangepast aan ons woonbootje en is redelijk smal uitgevallen en dat is zacht uitgedrukt. Hoewel smal, is het trapgat ook hoog. En laten wij dat nou net niet zijn. Ruimte voor een huishoud trap is er niet, dus zoals het echte woonboot bewoners betaamt, moet er een creatieve oplossing worden gezocht. Uiteindelijk tapen we kwasten aan een de stok van een dweil met een beetje ducktape en kunnen ook de bovenste hoekjes voorzien worden van een verse laag Histor. Verven, verven en nog eens verven. Mijn niet bestaande spierballen zijn na drie dagen bijna waar te nemen. Als semi-witte stuuk ‘wit’ geverfd moet worden, dan zie je na een half uur dus niet meer waar je nou geweest bent. Voor de laatste check op vergeten stukjes moet ik een rondje om mijn as draaien want ik kan mijn nek amper meer bewegen door het witten van alle plafonds. Wat een klus, maar wat een voldoening! Als het laminaat eenmaal ligt sta ik pas echt versteld van het resultaat. Het is bijna niet voor te stellen dat er zoveel werk verricht is het afgelopen jaar. Wat zijn we tevreden en wat is het fijn dat we weer terug kunnen verhuizen naar een eigen slaapkamer en er weer gewoon een nachtlampje naast het bed past. We zetten het bed en de kledingkast in elkaar en moeten het eerste nachtje helemaal wennen aan de nieuwe ruimte. Alle (woonboot)buurtjes komen langs en krijgen spontaan inspiratie om eens naar de mogelijkheden op hun eigen boot te kijken. Aan de ‘Oehs’en ‘Aahs’ te horen valt alles in de smaak.

En zo is er een jaar voorbij. Vol tekeningen, gereedschap, slapeloze nachten en in totaal drie kilo aan bouwmarkt bonnen. Wat een avontuur. Trots zijn we, ik kan niet anders zeggen.

Lees hier:
deel 1 ‘Een sprong in het diepe’
deel 2 ‘Circusartiest in eigen boot’
deel 3 ‘Gat in je woonboot’

deel 4 ‘Hoe overleef ik een verbouwing’

Deze column heb ik geschreven voor www.vlotmagazine.nl. Elke nieuwe column verschijnt eerst daar, alvorens deze hier te lezen is.

Columns, Life

Column – Hoe overleef ik een verbouwing?

Deel 4 : Met een zucht plof ik op de bank. Het enige plekje in huis dat niet overhoop ligt. Mijn voeten rusten op een zeil, dat al een jaar lang mijn prachtige kleed en laminaat afdekt en helemaal onder de vlekken zit. Een gips spoor leidt tot de slaapkamerdeur, waarachter zich de oorzaak van dit alles bevindt; de verbouwing. En wel eentje op een woonboot. We gaan van één slaapkamer naar drie, door een trap te plaatsen en er een verdieping boven op te bouwen. En man-lief doet alles zelf. Dat kost minder geld, maar wel veel meer tijd. Ik ben trots op hem, maar ik begin deze situatie ook wel zat te raken. Want hoewel de verbouwing zich achter de slaapkamerdeur afspeelt, neemt het je hele huis over. Een berg gips van twee meter lang en 80 cm breed heeft bijvoorbeeld de plek ingenomen van de voormalige salontafel. De was hangt standaard voor de tv te drogen en mijn zorgvuldig geplaatste fotolijstjes worden bedolven onder losliggende lampen, verfrollers, bonnen van de bouwmarkt en tubes plamuur.

Om nog maar te zwijgen over onze tijdelijke ‘slaapkamer’ wat eigenlijk gewoon het rommel kamertje is waar net aan twee matrassen in passen. Alle kleding ligt door elkaar op de plankjes aan de muur en onze schoenen bivakkeren in een wasmand. Alle jasjes en blousjes hangen trouwens naast de stofzuiger en schone lakens vind je naast de wc-eend en een fles glorix. Dit veroorzaakt een soort blinde opruim-woede, die niet verdwijnt voordat ik een vierkante meter vrij heb gemaakt van troep. Hoppa, weer een zak richting de kringloop. Als dit nog veel langer duurt heb ik straks geen spullen meer over om de nieuwe kamers mee in te richten. Grapje natuurlijk. De vensterbanken liggen alweer vol met nieuwe decoratieve items die straks een plekje krijgen in de vers gelakte kasten van de opbouw. Je moet het esthetische aspect niet uit het oog verliezen toch?

Gelukkig is deze verbouwing nog niet zo erg als die keer dat de badkamer eraan moest geloven. Toen zaten we drie weken zonder wc. Nou ja, er stond een Dixie in de tuin. Zo’n plastic hok bedoeld voor bouwvakkers, met chemische toilet spoeling en veel te dun toiletpapier. Echt een feestje als je in het donker met je zaklamp op weg gaat om eerst elk hoekje te inspecteren op losgeslagen spinnen en vervolgens in paniek van die koude wc bril af te springen omdat je de zaklamp in de pot hebt laten vallen. Wat een luxe poes ben ik ook.

Ik heb echt wel geprobeerd mee te helpen, maar eerlijk is eerlijk, ik kan nog geen hamer op tillen. Laat staan dat ik begrijp hoe damp dichte folie geplaatst moet worden. Verven, dat kan ik wel. En laminaat uitkiezen. Maar of dat nou zoden aan de dijk zet? Ik begon dit verhaal met de bedoeling tips op te sommen die je zouden moeten helpen met het overleven van een verbouwing. Nu ik welgeteld 493 woorden heb vuilgemaakt aan het omschrijven van deze verlegenheidsituatie, ben ik erachter dat ik eigenlijk geen flauw idee heb. Al moet ik zeggen dat verwoorden van deze toestand wel oplucht. Misschien is dat wel hoe je een verbouwing overleeft.

Lees hier:
deel 1 ‘Een sprong in het diepe’
deel 2 ‘Circusartiest in eigen boot’
deel 3 ‘Gat in je woonboot’ 

Deze column heb ik geschreven voor www.vlotmagazine.nl. Elke nieuwe column verschijnt eerst daar, alvorens deze hier te lezen is.

Columns

Column – Gat in je woonboot

En dan is opeens de helft van je woonboot leeg. Enkel het houten skelet en de muurbekleding zijn nog zichtbaar. Onze tijdelijke slaapkamer is in de andere kamer geïnstalleerd. De matrassen barricaderen de deur richting ons kleine balkonnetje, waar het hok met de wasmachine zich bevindt. Dat wordt nog wat, elke keer over het bed klauteren met mijn wasmand. Ik heb het er graag voor over, want als ik de 3D tekeningen mag geloven verandert ons bootje straks in een waar paleis met die opbouw erop. We krijgen er twee slaapkamers bij en onze eigen slaapkamer wordt zelfs twee meter langer. Op tafel liggen twee nieuwe roze handschoenen. Maat S, voor mij. Een echte klus-vrouw ben ik niet, maar ik doe het in ieder geval in stijl. Ik maak een leuke foto van mijzelf, inclusief roze handschoenen en een peace handgebaar, voor social media. Mijn lezers weten natuurlijk ook van dit avontuur en worden op de hoogte gebracht van mijn positieve start. Jeetje, nu lijkt het net alsof ik hier als Quinty Trustfull herself aan de slag ga, terwijl de man des huizes eigenlijk al het werk doet. Elke spijker die ik aanreik, is de verkeerde en elke tang die ik moet pakken heeft een naam waar ik geen wijs uit wordt. Pomp tang? Baco? Ik wend me uiteindelijk maar naar de keuken, om de mannen van een lunch te voorzien. Oh ja, moeten jullie je niet insmeren tegen de zon?

Ik open de deur vanuit de woonkamer naar het plaats delict en ik schrik. Ik kijk regelrecht naar het water. Dwars door een enorm gat in de muur. Niels staat te glimmen van trost met de sloophamer nog in zijn handen. Het zonnetje schittert in het water en een briesje trekt door de kamer. In de verte zie ik echter donker grijze wolken aan komen drijven. Als voorzorgmaatregel hebben we een gigantisch groen zeil gekocht, voor als het gaat regenen. Hopelijk pakt dat plan beter uit dan het zwembad idee, dat een paar weken geleden toch wel is uitgelopen op een kleine watersnoodramp in de bak van de woonboot. We laten ons niet uit het veld slaan en na welgeteld een uur hebben we het zeil eindelijk over het gapende gat gedrapeerd en vastgesnoerd. Als een enorme groene pleister bedekt hij onze drijvende woning. Precies op dat moment vallen de eerste spetters naar beneden. We slaken een diepe zucht en luisteren naar de druppels op het zeil. Het is net kamperen, dat verbouwen.

Lees hier deel 1 en hier 2 van deze columnreeks. Deze column heb ik geschreven voor Vlot Magazine. De volgende column zal eerst daar te lezen zijn alvorens ik het op VolgensRoos publiceer.

Columns, Life

Column – Circus artiest in eigen boot

Ons rommelkamertje, waar de wasmand, de stofzuiger, de schoonmaakmiddelen en andere troepjes een plekje hebben, moet ruimte maken. En wel voor een tweepersoonsmatras en de gehele inhoud van onze kleding kast. De kogel is namelijk door de kerk; Wij gaan verbouwen! Na een kleine volksverhuizing staan we in een lege slaapkamer. Gek idee dat deze ruimte straks open en bloot zal liggen. Zonder muren en een dak. Het raam gaat eruit, er wordt een stuk uitgebreid, de vloer zal zakken en er komt een verdieping boven op. We beginnen met het begin, het laminaat mag eruit. En dan merk je opeens dat je aan het verbouwen bent op een woonboot. Elke plank die we eruit slopen, zorgt ervoor dat de boot een fractie lichter wordt. Omdat de slaapkamer zich aan het einde van onze 16 meter lange ark bevindt, zakt de andere kant van de ark, met onze rommel/slaapkamer en een olifanten gewicht aan troep, steeds iets dieper in het water. Naar mate we meer slopen en verwijderen, ligt de ark steeds een beetje schever.  Als jonge enthousiastelingen  hebben wij daar natuurlijk een briljant plan voor bedacht. In onze bak ligt een paar ton aan grind, wat we er allemaal uit gaan halen. Zo een opbouw is natuurlijk best zwaar en we moeten niet te diep komen te liggen. Het idee is om het grind dat in de bak ligt er allemaal uit te halen en daarvoor in de plaats een klein zwembad neer te zetten om te vullen met water. Naar mate de opbouw vordert en de boot zwaarder wordt, zullen we er steeds een beetje water uithalen. Zo kunnen we het ‘recht liggen’ van de ark tijdens dit proces zelf in de hand houden, toch? Natuurlijk verliep dit plan alles behalve soepel. Na een dag scheppen met de hulp van zo ongeveer de hele familie, lagen we zo scheef dat alle kastdeurtjes spontaan open gingen staan en wij als heuse circus artiesten door de woonkamer moesten manoeuvreren. Met onze werkschoenen (die helemaal onder de modder en zand zaten) struikelde we over het afzichtelijke bruine afdek zeil dat over onze woonkamervloer was gelegd. Alle lijstjes en schilderijtjes hingen inmiddels diagonaal aan de wand. En dan dat zwembad. Zorgvuldig hadden wij een compartiment van onze bak schoongeveegd voor het gloednieuwe zwembad. Een extra kleedje ter bescherming van de bodem van het bad en je zou bijna denken dat er niks mis kon gaan. Natuurlijk bleek ons bad bij voorbaat al lek te zijn en stonden we, inclusief spierpijn van het grindscheppen, de bak droog te boenen rond een uur of tien ’s avonds. Een dag later werden we wakker met aan kater. Oh nee, het was de boot die nog steeds gevaarlijk scheef lag. De gigantische berg aan grind en stenen in de tuin kon dus weer terug worden vervoerd de bak in. Heel wat emmertjes, bloed zweet en tranen later, lagen wij er weer bij zoals wij begonnen waren. Een ervaring rijker en een stukje ego armer (wat nou briljant?) ploften we op de bank. Waar zijn we in hemelsnaam aan begonnen? Dat lees je volgende maand! Dat lelijke afdekzeil blijft in ieder geval nog wel even liggen..

(Deel 1 van deze columnreeks lees je hier)

Deze column heb ik geschreven voor www.vlotmagazine.nl. Aan het einde van elke maand vind je daar het vervolg alvorens die hier te lezen is.

Columns, Life

Column – Een sprong in het diepe

Een oerwoud. Zo zag de tuin eruit van het ‘pittoreske’ woonarkje. De makelaar liet ons voorgaan en ik wist niet waar ik kijken moest. In de kleine steiger ontbrak hier en daar een plank en het schuurtje hoorde eigenlijk in een verlaten spookstad thuis. Ik was nog nooit eerder in een woonboot geweest en was dan ook verbaasd dat mijn vriend Niels mij een week eerder opbelde met de vraag of ik een woonark wilde bezichtigen. De ark in kwestie noem ik nu, bijna 4 jaar later, mijn thuis. De vorige bewoners hadden destijds al heel wat opgeknapt, een nieuwe keuken, een nieuwe cv en stuc op de muren, maar meer dan dat was er niet aan gedaan. Er moest nog een hoop gebeuren en mijn eerste les als aankomend woonbootbewoonster was dan ook; met twee linkerhanden moet je zeker geen woonark kopen. Gelukkig heeft Niels ‘twee rechterhanden’ en aangezien hij ook nog eens kapitein is van beroep, hebben we de sprong in het diepe gewaagd en zijn we direct aan de slag gegaan. De boot lag behoorlijk scheef en te diep, lag niet goed afgemeerd en de badkamer … die was klein. Heel klein. Als je op de wc zat, raakten je knieën de tegeltjes van de muur. Er zat wel in zitbad in, maar dat lekte. Time for action en dus trommelden we een stel sterke mannen bij elkaar, die als heuse mijnwerkers onder de vloer aan de slag gingen om bakken met grind uit de het ruim te halen. Binnen 1 dag lagen we een stuk minder diep en was ook de mini-badkamer verleden tijd. Continue Reading

Columns, Life

Column – Woonbotenleed

Heb je je wel eens afgevraagd of je ijdel bent? Best confronterend als je jaren je hoofd geschud hebt en er dan achter komt dat je wellicht toch iets te veel waarde hecht aan het uiterlijk van iets. Vorig jaar stelde mijn vriend voor airconditioning te nemen à la een maandsalaris om dat lelijke ding vervolgens permanent in onze woonkamer te installeren. No Way. Nederland heeft toch een ruk klimaat? Hoe vaak is het hier nou 30 graden..

Het is heet. Gruwelijk heet. Mensen lopen erbij alsof we in de Sahara beland zijn (wat overigens niet altijd de meest smakelijke beelden oplevert) en heel Nederland stinkt naar zweet. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van het moment dat er eindelijk een paar bruine benen onder dat jurkje uit piepen, maar mocht je ooit willen ervaren hoe het is om in de Zwaluwhoeve te overnachten, koop dan vooral een woonboot. Het toppunt, 33 graden. Probeer dan maar eens te slapen. Na een oude ventilator van mijn oma opgelapt te hebben met een rolletje Duck tape of drie, wordt het iets aangenamer. Maar toch niet toe willen geven he? Steevast op mijn linkerzij blijven liggen tot ik bijna wegdrijf van mijn eigen matras. Niet om willen draaien om zijn gezicht te zien. Zijn ‘Ik zei het toch, airconditioning is het meest briljante idee dat ik ooit gehad heb’ gezicht.

Uiteindelijk zwicht ik voor een vierkant bakbeest aan de muur. Omdat het in de natuur van mensen zit om alles te verantwoorden kwam ook ik over de brug met een lullig argument; “Ja, maar alleen omdat het een woonboot is!”. Feit blijft wel dat als het hier in Nederland 23 graden is, het in een woonboot een gewoon 10 graden heter is. En ja, hoe vaak is het hier nou 23 graden..